Hoofdstuk 9
Kerkverlater of ongelovig?
Je zou kunnen denken, en mensen hebben dat ook wel tegen me gezegd: waarom moet je zo nodig je Bijbelse bevindingen in een boek opschrijven, het gaat er toch om dat je het zelf weet? Klopt. Waarom ik dit boek toch op internet deel? Ik heb in mijn jonge jaren in de kerk de verbinding met de buitenwereld gemist. Ik kon me heel goed voorstellen dat iemand niet eigener beweging naar binnen zou stappen. Te formeel, teveel kerktaal, te anders dan het leven ‘buiten’. En wat moet iemand (die zichzelf in de regel ook helemaal niet zo’n slecht mens zal vinden) met een verhaal over erfzonde en verdorvenheid? Wat moet iemand met een geloof/kerk als die geen antwoord geeft op de vraag waarom er zoveel ellende is in de wereld (terwijl ze zeggen een almachtige God te dienen die er kennelijk dus wel iets aan kan doen)? In het verlengde hiervan: door een beeld van God te hebben waar ik niet zoveel mee kon, zette ik me tegen Hem af. En daarin ben ik niet de enige, daar ben ik van overtuigd. Ik ken ze, uit mijn vriendenkring van nu en voorheen, van collega’s en mensen die ik op allerlei gelegenheden spreek. Veel ervan opgevoed in christelijke of katholieke gezinnen of waarvan hun ouders dat waren en hun moeite met kerk (welke dan ook) of geloof aan hun kinderen hebben meegegeven. Ze hebben het geloof al dan niet ogenschijnlijk losgelaten. Soms klinkt hun verhaal grimmig, soms zoekend of gelaten. Maar ze hadden zo allemaal hun eigen redenen om niet zoveel met de kerk, de Bijbel of met God te kunnen. Wat ik bij een deel van deze mensen bemerk, is dat ze heus wel behoefte hebben aan religieuze context in hun leven. Ik tref ook weleens ongelovigen die op een punt komen dat ze hopen dat er een God of in ieder geval ‘iets’ is, bijvoorbeeld als een geliefde is overleden.
Als mensen niks met God te maken willen hebben, dan is dat wat het is (lees: dat heb ik te respecteren). Als mensen niks met God te maken willen hebben door een beeld over Hem, kerk of Bijbel dat hen ervan afhoudt, dan heb ik daar moeite mee.
Iedereen heeft zelf een zoektocht te maken in het leven. Ik hoop een handreiking te kunnen doen voor enkelen, die misschien tegen net dezelfde pijnpunten aangelopen zijn als ik - of mensen kennen die dat zijn, misschien hun eigen kinderen - door dan maar mijn persoonlijke verhaal op papier te zetten en daarbij te delen wat mijn bestudering van de Bijbel mij heeft opgeleverd. Ik beweer niet de wijsheid in pacht te hebben. Wie heeft dat überhaupt? Ik ben op mijn manier met mijn zoektocht bezig en kwam op een punt in mijn leven dat ik tijd had voor een jarenlange intensieve Bijbelstudie. Via vragen als: zijn we sterfelijk of onsterfelijk geschapen?, welke scenario’s waren er mogelijk wat betreft het eten van de bomen in de Hof van Eden en welke gevolgen hadden die gehad?, hadden Adam en Eva niet gewoon sorry kunnen zeggen?, hadden ze ook van de boom gegeten als de slang ze niet had verleid?, waarom wil God dat we Hem aanbidden? en zo nog vele andere vragen, kon ik proberen vat te krijgen op de boodschap van de Bijbel. Een luxe die niet iedereen heeft. Wie het niks brengt, zal het ook niet lezen, denk ik dan maar.
Ik hoor verhalen over dat de Gereformeerd Vrijgemaakte kerken aan het veranderen zijn (nog los van het samengaan met de Nederlands Gereformeerde kerken). Ik krijg de indruk dat de leer niet meer zo vaststaat en de vorm ook niet. Wat (nog) niet wil zeggen dat de kerk bereid is de leerdocumenten los te laten. Ik ben me er ook van bewust dat er mensen zijn die juist heel goed gaan op een vastgelegde leer en zich daar veilig bij voelen. Buiten de mensen die sowieso niet van veranderingen houden, op welk vlak in hun leven dan ook, ze zien ontwikkelingen wellicht als een bedreiging voor de ‘ware leer’. Als een verloedering met als schrikbeeld misschien wel dat God wordt vervangen door een louter menselijk beeld dat we allemaal ieder voor zich van Hem gaan maken, al naar gelang het ons uitkomt. Misschien gaan we Hem wel massaal verlaten of valt de kerk waarvan Christus het hoofd is uit elkaar. Misschien gaan dwaalleraars de boel wel overnemen. Ik deel die angsten niet. Niet zolang in de kerk de Bijbel centraal staat en steeds weer open gaat. Ik denk dat mensen die oprecht de God van de Bijbel zoeken, zoeken naar echtheid en geloofwaardigheid en niet naar luchtkastelen. Angst hoeft niet leidend te zijn (mensen die ‘dwaalleraars’ achterna rennen zijn er toch altijd wel).
De Bijbel leent zich simpelweg niet voor één uitleg op alle vlakken en de (hoeveelheid) kennis en inzichten die je nodig hebt om die ene, op alle punten ware interpretatie uit de Bijbel te halen is voor één mens niet op te doen. Ik heb het altijd jammer gevonden dat er nooit ‘vakinhoudelijke’ preken werden gehouden, al was het maar voor de geïnteresseerden. Ons werd nauwelijks iets bijgebracht over de achtergrond van de Bijbel: tijd, cultuur, denkbeelden van toen, vertaalkeuzes, (vermeende) schrijvers, ontstaan van boeken, dilemma’s, mogelijke zienswijzen, van alles. We moesten blind achter de keuzes van anderen aanlopen zonder er zelf een mening over te mogen vormen of zelfs maar te weten vanuit welke opties keuzes waren gemaakt. En dat gaf míj dan weer een onveilig gevoel.
Een andere reden om aan een leer vast te houden, zo kan ik me voorstellen, is dat het duidelijkheid geeft en daar kan ik mensen niet helemaal ongelijk in geven. Ze maken in het oerwoud aan meningen, uitleggen en religies een keus, laten het daarbij en geven van daaruit hun christen zijn vorm. Daar is absoluut ook wat voor te zeggen. Als dat op die manier bij je past, waarom niet? En natuurlijk: veranderingen gaan altijd gepaard met weerstand, bij de één meer dan bij de ander. Niet anders willen denken is niet altijd een kwestie van argumenten, maar gewoon van wat het is: willen blijven bij dat waar men bekend mee is. De welbekende comfort zone. Ik hoop echter wel dat die mensen ook willen begrijpen dat anderen daar anders in staan. En dat daar ook aan tegemoet gekomen wordt.
Veel mensen hebben net als ik de kerk verlaten, om verschillende redenen. Ik toevallig de ‘vrijgemaakte’, maar het kan om iedere richting gaan. Zelfs om iedere religie (veel richtingen en religies gaan uit van hun eigen gelijk en bieden weinig of geen ruimte tot anders denken. Ik heb ervaren dat elementen van mijn persoonlijke verhaal ook voor mensen uit andere religies herkenbaar is). Niet meer naar de kerk gaan is wat anders dan ongelovig zijn. Een ouderling heeft het me wel willen aanpraten, hoor. In je eentje geloven kan niet. Best wel een uitspraak, maar die kon er ook nog wel bij in mijn zie-je-wel-lijntje. Erg wonderlijk trouwens ook dat het me zo in mijn gezicht werd gezegd, terwijl ik al jaren niet meer naar de kerk ging (omdat ik daar eerder mijn geloof kwijt aan het raken was dan aan het vinden) en evengoed nog wel geloofde. Wat ik deed kon niet? Ondanks het besef dat deze ouderling niets anders deed dan zijn eigen overtuiging en zelfs angst projecteren op mij, had ik nodig om te horen (eigenlijk al hele lange tijd, en niet alleen van deze ouderling) dat hij wel begreep dat ik in de kerk niet op mijn plek was. Dat deze kerk niet werkte voor mij en mijn geloof
en dat dat oké is!
In plaats van erkenning werd er vooral aan mij getwijfeld. Er was eigenlijk geen ruimte voor autonomie, voor dat ik me ontwikkelde op mijn manier. Dat ik de keuzes maakte zoals ik wilde. Daar lag een oordeel op. Ik was een probleem. Ik heb jarenlang leidinggevende functies gehad en weet als geen ander dat je verschillende mensen nodig hebt. Kritische mensen, volgers, perfectionisten, pragmatisch ingestelden, hangers aan hoofdlijnen of juist aan details, verzin het en ze zijn er, alles heeft z’n kracht en z’n zwakte en wat je krijgt als je ze samenbrengt is: balans. Ik heb het gevoel dat de kerk jarenlang ‘types als ik’ (weliswaar onbedoeld) naar buiten heeft gewerkt en daarmee hun kracht (niet per se de mijne, maar in zijn algemeenheid gesproken) heeft laten liggen. Niet moedwillig. Niet eens met de verkeerde intenties, maar gedreven door angst (om af te wijken van de ware leer, het smalle pad, wat dan ook) én, waar het me nu om gaat, vooral: door oprechte zorg. Namelijk iemand op het rechte pad houden met het behoud (zaligheid) van diegene voor ogen. Daarbij werd echter niet gezien dat die zorg vanuit het perspectief van betreffende broeder of zuster geen zorg was, maar afwijzing (en dus ook geen binnenhouden, maar buitensluiten). Want de boodschap was dat ze verkeerd bezig waren en dat hetgeen ze dachten niet goed was, zelfs afkeurenswaardig. Er was niet een heel andere optie dan zich aan te passen (desnoods hun eigen gedachten stil te houden) om er echt bij te horen. Als je het mij vraagt, buiten wat het met iemand persoonlijk doet, een gemiste kans voor de kerk om zichzelf te reflecteren en niet naar binnen te keren. Hun kracht in het geheel ging daarmee verloren. Alle ledematen hebben elkaar nodig, zo heb ik tot vervelens toe van de kansel horen preken...
Onlangs sprak ik een christen. Zoals wel vaker zagen we elkaar toen we allebei op bezoek waren bij (hij) zijn vader en (ik) mijn moeder in het verpleeghuis waar zij wonen. In het restaurant van het verpleeghuis staat een leestafel waar zijn vader en mijn moeder met mijn vader iedere middag een paar uurtjes zitten. Koffie, praatje met Jan en alleman, dat werk. We kwamen over de erfzonde te spreken naar aanleiding van iets wat hij vertelde over de preek die hij die ochtend in zijn kerk had gehoord. Het was een kort gesprek, want er was veel reuring om ons heen. Maar in zijn reactie op de enkele woorden die ik eraan weidde om mijn moeite met erfzonde en mijn visie erover te omschrijven straalde hij uit: meid, niks mis mee dat je zo denkt. Hij vond het heel valide er zo tegen aan te kijken. Geen big deal, dit kleine gesprekje? Nou, er viel wat van me af, dus kennelijk toch wel.
Er is nog één ding dat me in het kader van erkenning nog van het hart moet: ik heb in de kerk zien gebeuren dat als een kind zich afkeerde van de kerk, de ouders daarop werden aangekeken. Kennelijk hadden ze in de opvoeding iets niet goed gedaan, zo was de suggestie. Ik veronderstel dat de meeste mensen binnen kerken hiervan toch wel zijn afgestapt, maar gedrag en keuzes van een kind ook de ouders aanrekenen is lang niet altijd terecht en kan zelfs verstrekkende consequenties hebben: het wordt voor de positie van de ouders zelf binnen de gemeenschap namelijk belangrijk hoe hun kind denkt en zich gedraagt, wat zich met een beetje pech ‘intern’ doorvertaalt binnen de opvoeding of, als het kind al ouder is, binnen de relatie. Er is (nog) minder ruimte voor het kind om zijn of haar eigen koers te varen. (Nog) meer gevoel van afwijzing. En soms zelfs: (nog) meer verwijdering. Niet altijd, er zijn ouders die zich door de druk niet laten beïnvloeden en achter hun kind blijven staan. Maar ik heb het binnen gezinnen zien gebeuren. Nog los van dat iemand niet zomaar kan oordelen over de opvoeding van een ander, sinds wanneer is een kind geen eigen individu meer met een eigen karakter, eigen mening en een eigen wil? Tenzij je ongeoorloofde middelen gebruikt, kun je geloof niet afdwingen (alleen naar beste kunnen meegeven) en kiest een kind onherroepelijk een eigen weg en daar heb je het als opvoeder mee te doen. Zelfs te respecteren.
Wat betreft het projecteren waar ik het bij het ouderling-verhaal over had, niets menselijks is mij vreemd, ik moet natuurlijk ook de hand in eigen boezem steken. Ik maak me er in het leven bewust of onbewust en bedoeld of onbedoeld helaas ook geregeld schuldig aan. Net als dat ik mezelf er wel eens op betrap dat ik het nagelaten heb aan het gevoel of de zienswijze van een ander te denken. Of dat ik de ander in een plaatje wil stoppen (al dan niet ingegeven door de beleving van de maatschappij) ten koste van diegene zelf. Dan heb ik ook een eye opener nodig en dat duurt ook wel eens even helaas. Ik wil met dat wat ik illustreer met het verhaal over de ouderling en al het andere wat ik aanhaal in dit boek niet oordelen (laat staan de indruk wekken dat ik het allemaal zo goed doe in het leven, was het maar zo’n feest), maar bewustwording en begrip creëren voor en bij ‘afvallers’, twijfelaars, zoekenden en vastlopers. Alleen dan dient het een doel. Ik ben in de kerk nog nooit iemand tegengekomen die bewust de wereld nog lelijker wilde maken dan die al is, dus ook niet het leven van een ander, laat staan een dierbare. Integendeel zelfs.
Een deel van de kerkverlaters gaat op zoek naar een andere kerk, wat best lastig kan zijn, omdat je niet je nest hebt verlaten om je zonder meer te conformeren aan het volgende bolwerk en bovendien kan je meegekregen hebben dat er van alles mis is met andere kerken. Andere kerkverlaters zoeken iets anders wat hen kan gaan leiden. Het universum? Een goeroe? Een boek? Weer anderen laten het erbij zitten. Ze zetten zich al dan niet verbitterd af tegen dat waarmee ze zijn opgegroeid. Of ze parkeren de boel tot er iets op hun pad komt waar ze wel wat mee kunnen. Of ze proberen gewoon een goed mens te zijn. Of ze zijn, net als ik, een kerkloos christen met een Bijbel in de hand. Ik denk namelijk nu hele goede redenen te hebben om de God van de Bijbel te dienen, omdat ik Hem geloofwaardig vind. Ik geloof dat ik altijd al wel van Hem gehouden heb, alleen zat er een me meer en meer storende leer in de weg die me steeds dwong me in allerlei bochten te wringen om het te proberen nog een soort van begrijpelijk te maken, enfin, je hebt het kunnen lezen. Er zijn ongetwijfeld ook mensen die mij te Bijbelvast vinden. Om allerlei redenen. Wie zegt dat de Bijbel juist is samengesteld en op een terecht moment als compleet is beschouwd? Is het verhaal van de Bijbel niet een beetje basaal als in: heb je, om dit leven te verdragen, een licht aan het einde van de tunnel nodig in de vorm van een sowieso gelukkig leven na dit leven (met andere woorden: is het geen door mensen bedacht zoethoudertje)? Hebben andere religies geen gelijk? Is er niet gerommeld met de Bijbelboeken (hoe betrouwbaar zijn ze)? Om maar wat te noemen. Wat mij sterkt aan de Bijbel is de eenheid (door eeuwen en verschillende schrijvers heen), de consequentheid, de beknoptheid en geloofwaardigheid van de boodschap: God heeft geschapen, we leven (gepland) niet op het eindstation en God zelf heeft de weg bepaald (genade) naar dat wat wel het eindstation is. Allemaal al gevat in de eerste drie hoofdstukken. Dit lijkt toch echt overeind te staan wat mij betreft, al hadden er bij wijze van spreken nog twintig Bijbelboeken in de Bijbel terecht gekomen of er twintig minder in gestaan. Ik ben me er echt wel van bewust dat zowel schrijver, tijd als oorsprong van een deel van de boeken (of delen ervan) niet vaststaat of in ieder geval ter discussie staat. En dat er geschriften niet in de Bijbel terecht zijn gekomen. En dat niet iedere schrijver altijd even duidelijk een verschil lijkt te maken tussen een eigen mening (al dan niet cultureel ingegeven) en expliciet die van God. Ik zie echter geen reden een relevante twist op de kern te verwachten, is wat ik maar wil zeggen. De schrijvers van de nieuwtestamentische Bijbelboeken hebben het evangelie van Jezus verkondigd en steeds weer uitgelegd, vaak lijnen trekkend vanuit het Oude Testament. Ook voor hen stond het verhaal over Jezus als Gods Zoon niet op zichzelf, maar begon al in de eerste zin van de Thora. Waar nodig hebben ze onderscheid gemaakt tussen hun verhaal en dat van anderen, veelal valse leraren genoemd, die afbreuk wilden doen aan Jezus’ genade. Misschien heb ik ook wel vertrouwen gekregen in Paulus. Ik heb me stukgebeten op delen van zijn brieven (die als werkelijk door hem geschreven worden aangemerkt), vaak gebaald van de aanvankelijk schijnbare ontoegankelijkheid van zijn teksten en de maanden die ik er in moest steken om er stukje bij beetje vat op te krijgen, maar toen me dat eenmaal was gelukt, een soort van sympathie voor hem gekregen. Daarnaast lijkt het me gewoon te onwaarschijnlijk dat we hier helemaal per ongeluk en doelloos rondzwerven. Dat de zeer complexe basis die leven mogelijk maakt bij toeval is ontstaan, over zoveel andere aspecten maar niet eens te spreken.
Laat ik mijn idee van de Bijbel als volgt formuleren: ik denk dat God (in) veel meer is dan de Bijbel, maar wel dat de Bijbel over Hém gaat.
Laat ik nogmaals duidelijk zijn over dat ik vind dat ze binnen de kerk ook iets doen wat een grotere waarde heeft dan zich bezig houden met ‘de theorie’, namelijk het praktiseren van het christen zijn. Als je met de leer uit de voeten kunt, of je vindt dat ondergeschikt aan je christen zijn, helemaal goed. Het doel van mijn boek is niet om mensen die achter een leer staan of die het niet zo uitmaakt ervan af te praten, maar om mensen die net als ik daarin vastlopen en daarmee ook in hun geloof, te helpen. Het gaat God erom dat je Hem liefhebt. De lat van de Bijbel is je hart. Ik heb ik weet niet hoeveel jaren nodig gehad om erachter te komen dat het gereformeerde voor mij persoonlijk een drempel in mijn geloof heeft opgeworpen en dat daarin het probleem zat, niet in mijn gelovig of kerklid willen zijn. Mijn Bijbelstudie heeft me opgeleverd dat de kijk die de Bijbel op het leven hier op aarde geeft voor mijn gevoel nu realistisch, geloofwaardig, begrijpelijk en hoopgevend is. Heb ik mijn opgedane inzichten in beton gegoten? Zeker niet! Zal ik nooit meer boos worden naar God toe? Zou ik niet durven te beweren. Wel is mijn kijk op God en het leven veranderd en daarmee is mijn reactie op gebeurtenissen ook aan het veranderen.
Inmiddels is mijn tweede roman uit. Ik heb daarin, ik kon het niet laten, een poging gedaan het Adam en Eva verhaal er zo subtiel mogelijk in te stoppen. Dan had ik tenminste nog iets met mijn studie gedaan (ik had het boek waar je nu in leest mentaal al afgeschreven). Ik weet niet of dat slim was. Biblion was over mijn tweede roman in ieder geval positief (‘aangrijpende roman’, ‘in heldere en zeer toegankelijke stijl geschreven’) daar waar ze bij de eerste nog wel (geheel terecht natuurlijk) commentaar hadden op het een en ander. Toch een opsteker. Maar nog lang geen boekenbal. Dit boek (waar je nu in zit te lezen) publiceer ik op internet. Geen gedoe, iedereen die wil kan het gewoon lezen en mocht iemand het er met een ander over willen hebben, dan bezoekt diegene ook gewoon de site. Misschien loopt iemand er via een zoekopdracht tegenaan. Geen idee of het boeiend is, niemand heeft zich daar verder mee bemoeid. Het gaat trouwens niet onder mijn eigen naam. Om de doodeenvoudige reden dat ik de gevolgen daarvan niet kan overzien. Het komt tenslotte op het world wide web te staan. Bovendien wil ik de link 'doorknippen' tussen mij en de mensen en kerken waar ik het in dit boek over heb. Ik beschrijf mijn ervaringen en niets is persoonlijk bedoeld naar wie dan ook toe. Als je een voetnootlezer bent, weet je hoe ik aan de naam gekomen ben. Ik weet niet of het andersom ook werkt, maar wie weet, als je de naam onduidelijk uitspreekt, een beetje onzeker mompelend, dat je toch mijn echte naam erin hoort.
Misschien ben jij ooit ook in Yad Vashem geweest. Een herdenkingscentrum voor de holocaust in Jeruzalem. Er is daar een ruimte waar 5 kaarsen staan die met spiegels zo worden gereflecteerd dat je miljoenen lichtjes ziet. Ik sluit af met hoe ik mijn kind, toen hij nog klein was, geïnspireerd op deze ruimte, God in relatie tot dit leven heb uitgelegd. Ik heb een spiegeltje gepakt en een kaars aangestoken. Ik vertelde hem dat de kaars God moest voorstellen en het spiegeltje een mens. Ik liet hem het spiegeltje zo richten dat de kaars erin te zien was. Toen vroeg ik hem het spiegeltje langzaam weg te draaien. Toen hij dat had gedaan, vertelde ik dat volgens mij het er op deze aarde, waar we welbeschouwd maar kort rondlopen, om gaat dat we, door alles heen, ons spiegeltje naar de kaars draaien. Daar zit God, Zijn liefde en Zijn beloften. Soms gaat het niet of maar met heel veel moeite. Maar met ups en downs zijn we bezig ons spiegeltje op God gericht te krijgen of te houden. Of je draait je spiegeltje helemaal niet naar die kaars. Dan zit je in het donker. Ik heb mijn zoon gezegd dat dat volgens mij de kern van dit leven is, dat gedraai met het spiegeltje en dat als we hem op God richten, ons Zijn paradijs te wachten staat (en dat we Hem dan reflecteren in deze wereld natuurlijk, maar dat leek me teveel informatie in één keer). Zijn paradijs zal een hele andere, fijne, maar zeker ook waardevolle en zinvolle werkelijkheid zijn. Eén die veeeeeel langer duurt dan de jaren (als het al jaren zijn) op deze aarde.
Deel dit hoofdstuk op je socials!
Maak jouw eigen website met JouwWeb