De vloek: de Bijbel in een notendop
In mijn boek beperk ik me met name tot de hoofdlijnen, maar tijdens mijn Bijbelstudie ben ik ook in details gedoken. Soms leidden vragen die ik had tot gewroet in de categorie lb (lekker belangrijk), maar vaak leverden ze puzzelstukjes op die bijdroegen aan grotere inzichten. Vragen als: waarom schiep God Eva uit Adam en niet gewoon ook? Of: wat als alleen Eva van de vruchten had gegeten en Adam had geweigerd?
In deze blog maak ik je deelgenoot van mijn analyse wat betreft Genesis 3:14-19, waarin God de consequenties van het eten van ‘de boom van kennis van goed en kwaad’ aan alle betrokkenen uitlegt en waarin het uit Adam ook een element is. Ik gebruik daarbij de woorden duivel en satan willekeurig door elkaar.
Gericht aan de vrouw
De consequentie voor de vrouw lijkt niet geheel toevallig gekozen. Dat ze met moeite kinderen zal gaan baren heeft denk ik zowel een letterlijke als een symbolische betekenis: de huidige aarde (pijn), is de weg naar iets moois: de nieuwe aarde (blijdschap). Tenminste, die link maakte ik toen ik de tekst uit Johannes 16:21-22 las.
Op de mededeling dat de begeerte van de vrouw zal uitgaan naar haar man, en/maar dat hij over haar zal heersen, zijn heel veel theorieën losgelaten. Geen idee welke de juiste is en of iemand dat überhaupt kan bepalen. Ik moet hier altijd denken aan de mannelijke versus de vrouwelijke hormonen. Kijkend om me heen naar hoe de verhouding tussen mannen en vrouwen in zijn algemeenheid is, dichtbij en in landen ver weg, in het verleden en in het nu, heb ik wel een idee.
De reactie van Eva, toen God haar ter verantwoording riep, was: de slang heeft mij bedrogen en ik heb ervan gegeten. In plaats van verantwoordelijkheid te nemen voor haar ongehoorzaamheid, legt ze de schuld bij de slang. Juist die vingerwijzing naar de slang (hij heeft mij bedrogen) bevestigt de werkelijke reden van haar eten: haar wantrouwen naar God en dat ze vóór het eten alleen gehoorzaam was, omdat ze niet wilde sterven. Het eerste hoofdstuk van mijn boek gaat hier uitgebreid op in.
Gericht aan de man
God had de mensen de aarde gegeven. Maar juist dat, het leven van de aarde door die te bewerken en te onderhouden, wordt bikkelen. De aardbodem is vervloekt. Hierop volgend bevestigt God het sterven dat Hij vooraf al had aangekondigd.
Gericht aan de duivel
De slang wordt vervloekt en daar wil ik het vooral over hebben, namelijk de vloek die is gericht aan de duivel (niet die aan zijn gastheer die op zijn buik zal gaan en stof zal eten):
‘En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen’.[1]
Nageslacht
Ik begin met uw nageslacht en haar Nageslacht.
Het woord ‘dat’ in de vloek verwijst naar ‘haar Nageslacht’, omdat vijandschap een de-woord is en daar verwijs je niet naar met dat. Bovendien laat vijandschap op zich niet iemands kop vermorzelen, daar is een overwinning voor nodig.
Sommige Bijbelvertalingen kiezen niet voor het woord nageslacht, maar voor het woord zaad.
‘Haar Nageslacht’ gaat om Eva’s nageslacht/zaad. Eva is UIT Adam geschapen. Haar nageslacht/zaad is dus ook Adams nageslacht/zaad (niemand zou kunnen zeggen, bijvoorbeeld als Adam niet van de boom had gegeten: ik stam voor de helft van Adam af, dus…). Ik denk dat ‘haar Nageslacht’ duidt op het hele menselijke geslacht waarvan Jezus uiteindelijk als enige in staat was de satan en zijn nageslacht te verslaan. Zo bezien is vijandschap tussen de satan en Eva ook vijandschap tussen de satan en alle mensen. Als Jezus (in de zin van de mens geworden Zoon van God) als enige hier als nageslacht zou gelden, wat was dan het nut van een vijandschap tussen Eva en de satan? En was er dan geen vijandschap gaande tussen Eva’s dood en Jezus’ komst op aarde?
De vraag is alleen nog wie dan het nageslacht van de satan is. Ik denk dat dat de engelen zijn die hem aanhangen. De demonen die, in tegenstelling tot de satan, allemaal niet bij name worden genoemd in de Bijbel. Als het nageslacht/zaad van Eva (die uit Adam is geschapen) alle mensen zijn (menselijk nageslacht/zaad = de haar gelijken), dan is het nageslacht/zaad van de satan alle hem gelijken (gevallen engelen).
Als ik dit alles uitschrijf in de vloek:
En ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u (satan) en Eva, en tussen de demonen (waar de satan de aanvoerder van is) en de mens. De mens (in de persoon van Jezus) zal u (satan) de kop vermorzelen en u (satan) zult Het (ik ga ervan uit dat dit dan ook naar Jezus verwijst) de hiel vermorzelen.
Als je denkt dat het zaad van de satan de antichrist is en die van de vrouw Jezus, dan kan ik daar niet helemaal in meegaan. Vijandschap tussen die twee lijkt me niet iets wat teweeggebracht zou moeten worden, maar inherent. Bovendien staat er niet: tussen uw nageslacht en Mijn Nageslacht.
De duivel dacht te hebben gewonnen toen de mens God ongehoorzaam werd en dat hij daarom (als) de Allerhoogste was. Ze vertrouwden hem tenslotte het meest. Maar God was hem voor: de vloek was voor Hem eigenlijk niet meer dan het presenteren van Zijn plan dat Hij al klaar had liggen (de wereld is ‘door Jezus’ geschapen[2]). Een plan waar de duivel daarvoor niet van op de hoogte was.
Als er geen vijandschap (tussen de duivel(se machten) en de mens) en daarmee ook geen overwinnaar (Jezus) was, had de (onsterfelijk gebleven!) duivel vrij spel gehad. Let er in dit verband ook op dat neutraliteit voor mensen geen optie is. Zowel God als de duivel buiten de deur houden, die smaak lijkt er niet te zijn. Een andere bestemming dan opstaan ten leven (= Jezus achterna: leven met God op de nieuwe aarde, Zijn werkelijke doel) of opstaan ter verdoemenis (= de duivel achterna: net als hij vernietigd worden) zie ik niet terug in de Bijbel.
De hiel
Dan nog de hiel. Er zijn twee teksten die daarop betrekking lijken te hebben:
Psa 41:10 (NBG51*) Zelfs mijn vriend, op wie ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft zijn hiel tegen mij opgeheven.
En
Joh 13:18 (NBG51*) Ik spreek niet van u allen; Ik weet, wie Ik heb uitgekozen; maar het Schriftwoord moet vervuld worden: Hij, die mijn brood eet, heeft zijn hiel tegen Mij opgeheven.[3]
De tweede tekst verwijst naar de eerste.
Een hiel opheffen tegen iemand of iemands hiel vermorzelen klinkt me niet als hetzelfde.
Maar:
Judas heeft zijn hiel tegen Jezus opgeheven.
De satan zou volgens de vloek ‘Het de hiel vermorzelen’. Dus niet Het vermorzelen, maar de hiel ervan.
Was Judas, alleen al vanwege de beeldspraak, de hiel van Jezus?
Judas heeft, zoals was voorzegd, zich tegen Jezus gekeerd (hiel opgeheven, verraden). In zekere zin deed hij dat altijd al, want hij geloofde niet dat Jezus de Messias was in de werkelijke betekenis. Toch is de Bijbel er duidelijk over dat Judas zijn daad uiteindelijk deed op ingeven van de satan. Dus door de satan is Judas daadwerkelijk tot zijn daad van verraad gekomen. Judas, die zich kort daarvoor nog afvroeg: Ik ben het toch niet, Rabbi?, neemt (bewust, hij wil dertig zilveren penningen verdienen) het stuk brood van Jezus aan en op dat moment voer de satan in hem. Judas kon daardoor niet meer terug en kreeg pas berouw zodra hij zag dat Jezus veroordeeld was en toen was het te laat. Het is een kwestie van spelen met formuleringen of de hiel in de vloek en het opheffen van zijn hiel tegen Jezus door Judas een bewust bedoelde directe link hebben.
Wat wel pleit voor een link is het feit dat de satan een rol speelde in het verraad van Jezus (hij heeft Judas de beslissende zet gegeven), maar niet in de veroordeling zelf. Hij zou volgens de vloek de hiel vermorzelen, niet Het (Jezus) zelf.
Het hiel vermorzelen gaat mogelijk verder dan het een rol spelen in Jezus’ kruisdood. Want ‘haar nageslacht’ is in mijn ogen alle nageslacht van Eva waarvan alleen Jezus in staat was de satan en zijn nageslacht te verslaan. Niet alleen Jezus had met de duivel te maken, alle mensen hebben met hem te maken. Hoe treft de duivel (Jezus via) alle nageslacht van Eva? Door Zijn geloofwaardigheid aan te tasten. Bijvoorbeeld door iets of iemand anders als verlosser of verlossing naar voren te schuiven.
Een beetje dom… ?
Zowel de duivel als de demonen wisten heel goed wie de Zoon van God was, zo blijkt uit de Bijbel. Maar in hoeverre wisten ze, en vooral: wist de duivel, wat die Zoon ging doen? Hoe die hem zou gaan overwinnen? Dat hij probeerde Jezus te verleiden om hem te aanbidden (in de woestijn), dat was een briljante zet. Helaas voor hem was Jezus God zelf en daarom niet te verleiden één van Zijn schepselen, in dit geval de duivel, te gehoorzamen. Anders was Jezus niet een overwinnaar, maar onderdaan geworden.
Maar een rol spelen in Zijn dood? Hoe had hem dat geholpen? Juist niet, toch? Bovendien, Jezus was, als Hij niet opgepakt en gekruisigd was, evengoed een keer dood gegaan. Vanwaar dan die haast? Was dat de uitwerking van het vervloekt zijn? Ik denk van wel. Volgens mij had de satan geen keus. God koos ervoor om Jezus’ dood te omgeven met het uitkomen van profetieën en Zijn tegenstander er gedwongen een rol in te laten spelen (waarmee Hij ook aantoonde dat Hij meer macht heeft dan de duivel). Een natuurlijke dood, gevolgd door Zijn opstanding, had ongetwijfeld ook de betekenis van overwinning kunnen hebben, maar dat had niet de kracht gehad die de gekozen gang van zaken nu heeft in de geschiedenis en in de geloofwaardigheid.
---------------------------------------
De volgende Bijbelteksten zeggen wat over door wie Jezus werd gedood, waarbij de onderstreepte teksten het meest relevant waren voor mijn analyse over de hiel:
Mat 21:45-46
Mat 26:14-16
Mat 26:23b-25/ Mar 14:20-21
Mar 14:18
Mat 26:47-49/ Mar 14:43-45/ Luk 22:47-48
Mat 26:57
Mat 27:1-2
Mat 27:3-7
Zac 11:12-13
Mat 27:20/ Mar 15:11
Mat 27:62-66
Mat 28:12-15
Mar 3:6
Mar 8:31
Mar 14:48-49
Luk 22:52-53
Luk 20:20
Luk 22:3-4
Luk 23:13-15
Joh 6:64
Joh 6:67-71
Joh 12:4-6
Men wist wat voor vlees men in de kuip had met Judas, Jezus in ieder geval.
Joh 13:2-3
Joh 13:10
Joh 13:18-19
Psa 41:10
De keuze om Judas een discipel van Jezus te laten zijn was niet toevallig.
Joh 13:21
Joh 13:26-29
Met het nemen van het stuk brood voer de satan in hem: het lijkt wel alsof Jezus, door het brood aan te geven en het daadwerkelijk aanpakken ervan aan Judas over te laten, benadrukt dat Judas geen slachtoffer is. Jezus was er duidelijk over geweest dat degene die het brood zou aanpakken Zijn verrader zou zijn. De overige discipelen kunnen zich zo niet voorstellen dat iemand van hen Jezus zou verraden, dat ze niet begrijpen wat er voor hun ogen gaande is.
Joh 18:38
Joh 19:7-11
Joh 19:15-16a
Han 3:13-15a
Han 25:13-22
---------------------------------------
[1] De Bijbelteksten in deze uitgave zijn ontleend aan de Bijbel in de Herziene Statenvertaling, © Stichting HSV 2010-2016
[2] Kol 1:16-20
[3] * De Bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan de NBG-vertaling 1951, © Nederlands Bijbelgenootschap 1951.
Deel deze blog op je socials!
Reactie plaatsen
Reacties